|
Jan van Nederpelt
Klaaswaal |
|
“In 2009 o.a. 1e nationaal
Perpignan duivinnen”
Op
een onstuimige vrijdagmorgen zo half november heb ik een afspraak met Jan
Pieter van Nederpelt uit het Zuid-Hollandse Klaaswaal. Eind 2008 was ik nog bij
hem op bezoek voor een verslag aangaande het behalen van het
keizerkampioenschap op Z.L.U. vluchten binnen afdeling 5. Nu, een jaar later
heeft hij dit kampioenschap aan een ander over moeten laten terwijl Jan nu de
tweede plek wist te bemachtigen bij het onaangewezen kampioenschap. Buiten dit
kampioenschap om zette hij weer diverse mooie uitslagen neer, en dat was voor
mij weer reden genoeg om hem nogmaals gaan te bezoeken.
Jan
Pieter van Nederpelt.
Vorig
jaar heb ik de ondertussen 67- jarige Jan Pieter van Nederpelt al uitgebreid
aan de lezers voorgesteld. Toch zal ik in dit schrijven een kleine terugblik
hierop doen. Jan zag het levenslicht in het voor mij nog steeds zo mooie
Hoeksche – Waard. Als jonge gast trad hij in de voetsporen van zijn vader en
werd hij boer. Als jong kereltje eigenlijk had hij al interesse in duiven maar
vader Nederpelt wilde hier in zijn geheel niets van weten. Het zal zo begin
jaren zeventig geweest zijn als er achter de grote boerenschuur een duivenhok
kwam te staan. In den beginnen was het bij Jan hetzelfde als op vele andere
hokken en werd er deelgenomen aan de vluchten die op het programma stonden. Dat
dit geheel niet onverdienstelijk ging bewees Jan zoal door met zijn “Jort” de
overwinning op provinciaalniveau te pakken vanuit Vierzon tegen goed 11.000
duiven. Buiten deze overwinning schreef hij eveneens diverse mooie en
aansprekende titels in die tijd op zijn naam. Maar na een leven van hard en
lang werken op de landerijen in de Hoeksche – Waard heeft hij hier in zijn
geheel een punt achter gezet in het jaar 2005. Als hij eenmaal deze periode
afgesloten heeft in zijn leven begint hij tevens op duivensportgebied aan een
geheel nieuwe uitdaging. Jan schakelt namelijk in zijn geheel over op de grote-
en zwarefond.
Alleen
maar fond.
Het
spel want Jan speelt sinds de overschakeling betreft zowel de middag- als de
ochtendlossing. Voor zijn duiven heeft hij de beschikking over een hok van goed
twintig meter. Deze twintig meter is onderverdeeld in vier gelijke afdelingen.
Verders bezit hij nog een naast het hok staande schuur die ook totaal is
omgebouwd tot verblijf van en voor zijn gevleugelde vrienden. Alle duiven
worden hier op drogemest (stro) gespeeld en zitten tijdens het seizoen allen op
nest. Het is, blijkt tijdens het bezoek in het hok, een gezellig onderkomen en
dit voor zowel mens als dier. Al moet je er als melker natuurlijk zelf wel
tegen.
Prestaties
2009.
Als
je zo met de duiven speelt en kampioenschappen weet te behalen dan kan het niet
anders dan dat er ook schitterende prestaties neer gezet worden. De mooiste van
2009 wil ik u als lezer zeker niet onthouden. In deze heb ik het dan over de
afsluitende Z.L.U. vlucht vanuit Perpignan. Nationaal stonden er 6.507 duiven
in concours waarvan er 25 stuks van het hok van jan Nederpelt afkomstig waren.
Zijn uitslag was dan ook; 5, 27, 35, 43, 313, 361, 421, 486 etc. In totaal
maakte hij elf prijzen dus al met al een meer dan sublieme uitslag. Ook
Internationaal tegen maar liefst 18.354 duiven mag zijn afsluitende uitslag
meer dan gezien worden. In dit spelverband was het zoal; 16, 80, 104, 136 etc.
Zomaar
een opsomming.
Jan
zijn vroegste en mooiste prijzen over de jaren 2008 en 2009 zijn; 4e
Nat. Montauban, 5e Nat. Perpignan, 17e Nat. Perpignan, 27e
Nat. Perpignan, 33e Nat. Narbonne, 35e Nat. Barcelona, 35e
Nat. Perpignan, 43e Nat. Perpignan, 47e Nat. Mont de
Marsan, 49e Nat. Pau, etc. etc.

De
duiven.
De
duiven waar Jan nu zoal de nodige successen mee weet te behalen bestaan in
hoofdzaak uit duiven van zoal, en hoe kan het ook anders; Batenburg – van de
Merwe, Gebr. Brugemann, Jan Pol maar de hoofdmoot bestaat uit de duiven van
Cees van de Graaf.
Met Jan pratend over de duiven geeft hij aan dat het
toch wel de duiven van Cees van de Graaf zijn die hem het “echte” mooie weer
bezorgen. Zo ook zijn “Perga” NL 07-1765014 die afgelopen jaar de 5e
nationaal Perpignan, maar bovenal ook de 1e nationaal bij de
duivinnen wist te bemachtigen is zo een 100% de Graaf product. Kijkend naar
haar afkomst komen we diverse zeer goed presterende als doorverervende duiven
tegen. Zo is haar vader een kleinzoon van “De Flyer” met zoal een 9e
Nat. Bergerac, 19e Nat. St. Vincent, 20e Nat. Mont de
Marsan. Haar grootmoeder via vaderskant is een dochter van “ ’t Wonderduifje”.
Deze duivin werd zoal moeder van de 9e Nat. Bergerac, 17e
Nat. Bergerac, 19e Nat. St. Vincent, 20e Nat. Mont de
Marsan, 29e Nat. Bergerac, 36e Nat. Dax, 44e
Nat. St. Vincent, 58e Nat. Montauban etc. etc. Over een Wonderduifje
gesproken !!!! Via vaderskant komt hij uit een “Zoon Olympic Africa”. Deze gigant
vloog zelf zoal 82e Nat. Perpignan, 243e Nat. Dax, 278e
Nat. Bordeaux etc. Tevens werd hij vader van de 37e Nat. Bordeaux, 61e Nat. Montauban, 84e
Nat. St. Vincent etc. etc. Dus ook hier blijkt maar weer eens meer
dan duidelijk, de goeie komen uit de goeie en niets anders.
Wanneer
gekoppeld.
Jan
geeft aan, dat hij de duiven net als voorgaande jaren zo rond half maart heeft
gekoppeld en dat de duiven allen hebben overgebroeid. Jan zijn voorkeur gaat
uit, wat trouwens bij vele nestspelers het geval is dat de duiven die op een
bepaalde vlucht mee gaan dan pas op hun eerste jongen zitten. Hij zal dan
proberen altijd het gehele koppel te spelen en dit op jongen van en tussen de 3
/ 5 dagen. Daarna kijkt hij niet echt meer voor en naar de standen, daar dit
altijd moeilijker is dan. En de nestspelers onder ons zullen ongetwijfeld deze
problemen ook wel kennen, doffer A kwijt, of duivin C kwijt.
Het
voeren.
In
alles komt Jan over als een zeer rustig en uiterst gemakkelijk persoon. Met hem
in gesprek zijne kom je als mens zelf ook gewoon tot rust. Dat hij ook de sport
zeer gemakkelijk benaderd blijkt zowel uit de dikke laag stro op de hokken als
over zijn systeem qua voeren. Op de grond van iedere afdeling staan voerbakken
die iedere voerderbeurt ruimschoots gevuld worden. Met dit ruimschoots bedoel
ik dan dat na een goed uur de bak als het waren geheel leeg is. Ja geeft zelf
aan dat ze natuurlijk wel moeten blijven eten. De mengeling die hier verstrekt
word is de vliegmengeling van de firma Mariman. Deze mengeling word geregeld
aangevuld met wat Gerry Plus van Versele en als verdere aanvulling op het voer
krijgen de vliegduiven geregeld een pindatje voorgeschoteld. Wel geeft Jan aan
me dat hij bij zo goed als alles wat hij doet hij sinds de nodige tijd alles
noteert. Dit om het simpele feit dat hij het het liefst zo simpel mogelijk hou.
Inspelen
in het voorseizoen.
Jan
is een echte voorstander om ze vanaf begin af aan ze de nodige kilometers te
laten maken. Dit betekend dat vanaf het begin af aan hier de duiven zoveel als
mogelijk iedere week mee gaan. Tevens geeft hij aan dat de duiven in het
seizoen ook nog wel eens gezamenlijk met overbuurman, die trouwens in het
ouderlijk huis van de knecht van de familie Nederpelt woont, namelijk Hugo en
Anita Batenburg – van de Merwe een stukje weggebracht worden.
Medisch
gezien.
Ook
over dit onderwerp is Jan even open en zeer gemakkelijk. Ook uit het gesprek
binnen dit onderwerp geeft hij aan dat hoe je het ook doet, alles toch blijft
gaan om die goede duif. Een geelkuurtje op hun eerste broed en soms iets voor
de luchtwegen. Niets overdreven, en zeker niet volgens een strak schema of iets
dergelijks. Wel geeft hij aan dat hij de benodigde artikelen, en alles er om
heen altijd verstrekt, en dit zoals velen onder ons bij de Weerd uit Breda
verstrekt.
Verdere
verzorging.
Als
we tijdens het bezoek de hokken gaan bezichtigen valt ook hier de uitgebreide
alarminstallatie direct op. Ook hier is alles, net als bij het enkele meters
verderop gelegen hok van Batenburg – van de Merwe hermetisch afgesloten voor
ongewenst bezoek. Eenmaal in de hokken gekomen te zijn blijkt dat Jan het
drogemest systeem al jaren toepast. Dit betekent dat op alle hokken een dik pak
stro zich op de vloeren bevindt. De duiven trainen hier eenmaal daags. In het
begin is dit een verplicht uur en in het voorjaar is dit in de ochtend de
doffers en in de middag/avond de duivinnen. Eenmaal op nest gaan alle duiven er
eveneens maar eenmaal per dag uit en dit gebeurd meestal dan in de ochtenduren
vanaf een uur of acht. Verders geeft hij tijdens het hokbezoek aan dat de
junioren, die trouwens net als bij Hugo ieder jaar een eigen afdeling krijgen
waar ze hun gehele carrière als vliegduif verblijven op de navluchten worden
afgericht. Als jaarling krijgen ze vervolgens na een tweetal dagfondvluchten
als toetje een korte overnachting.
Net als vorig jaar kan ik ook nu weer op een leuke
duivenochtend terug kijken. Als de toekomst Jan gezind mag zijn zal ik nog
geregeld over de dijk naar Klaaswaal moeten komen.
Johan
Hamstra