Batenburg van de Merwe Klaaswaal,

Een grote naam in de mondiale duivensport en gebaseerd in hoofdzaak op de “Witbuik” dynastie

 

In vrij korte tijd was dit mijn tweede bezoek wat ik bracht aan het haast sprookjesachtige Klaaswaal. In mijn vorige verslag schreef ik al ook dat het dorp Klaaswaal, in het zuiden van de Hoeksche Waard een landelijk dorp is, in een haast schilderachtig landschap, waarin vooral de prachtige beboomde dijken opvallen. De dijken zijn beplant met meerdere rijen bomen, veelal populieren, essen of esdoorns. De bewegwijzerde Land van Strijenroute laat fietsers volop genieten van dit gebied, waarin nog veel mooie boerderijen met boomgaarden en tuinen voorkomen. Op één van deze dijken is jaren terug, na enkele jaren achter elkaar een waar schrikbewind uitgevoerd te hebben op de aller zwaarte concoursen een nieuw duivenras ontstaan. Zowel in Nederland als ver over onze landsgrenzen is het een waar en zeer gewild ras. Of ze nu na ruim vijfentwintig jaar voor de kweek of voor de vluchten gebruikt worden, het ras Batenburg staat voor kwaliteit.

 

De Boomdijk.

Enkele honderden meters van het ouderlijk huis van Hugo vandaan is het heden ten dagen Hugo die met zijn Anita samen een haast ongelofelijk duiven imperium hebben doen ontstaan. Als voor vader en zoon Batenburg eenmaal in het jaar 1996 het doek op duivensport gebied is gevallen besluit Hugo om met Anita enkele honderden meters van het ouderlijk huis op de gedenkwaardige Boomdijk zelfstandig verder gegaan. Zoals velen weten was het niet alleen bij Hugo thuis dat ze wisten hoe ze met duiven moesten spelen. Nee, ook bij Anita van de Merwe wisten en weten ze dat. Als dochter van de bij leve al legendarische Piet van de Merwe wisten ze, en weten ze heden ten dagen ondanks enkele kort op elkaar volgende verkopingen hoe het spelletje met de duiven in elkaar steekt. Met een ronde laatjes van de verkochte duiven als een ronde laten van schoonvader van de Merwe is men hier toen enkele jaren geleden gestart. Verder, en ik schreef dit eveneens ook al vaker werd er hier op duivensportgebied in een zeer korte tijd aan een echte bliksemcarrière gewerkt.

 

Het ontstaan van het ras Batenburg.

Het begon allemaal in het jaar 1980. De nog zeer jonge Hugo kreeg een duivin, geringd met NL 72-  221371 van zijn opa. De vader van deze duivin was de NL 71 – 1011040. Deze “040” was nog een rechtstreekse van de toen zo gekende Bakker Barendrecht. De moeder was rechtstreeks van Piet  Lazeroms. Als jonge duif was deze duivin achtergebleven en kwam na ruim een jaar terug. Daarna had ze bij opa Versendaal fantastisch gevlogen. Hugo was zeer blij dat hij deze duivin dan ook van grootvader kreeg. Hugo, ook in deze tijd al een zeer gedreven en uiterst fanatiek liefhebbertje plaatste ze onmiddellijk tegen hun beste vliegduif van dat moment  namelijk de NL 78 - 322953. Deze doffer had toen voor hun al 11 prijzen gevlogen op de grote fond. Het koppel had slecht één jong, en het is eigenlijk te mooi om waar te zijn. Dat ene jong was inderdaad de later omgedoopte en over heel de Wereld zo gekende “Witbuik”.Hij won op enkele jaren tijd zoal een 14e nationaal St. Vincent 16.629 d.,
85e nationaal St. Vincent 22.188 d., 146e nationaal Dax 12.186d., 300e nationaal St.Vincent 19.343d. enz. enz. Het eerste jong dat weer uit deze machtige doffer gekweekt werd was NL 85 – 1273760 of beter bekend als “De Bonte Kweker”.

 

De beste vererver allertijden “De Witbuik” NL 81 – 1533120.

Grootspraak?, welnee, de ”Witbuik” wordt ondertussen in één adem genoemd met beroemde duiven zoals “De Dolle”, “Spin”, “Oud Doffertje”, “De 90” of velen, vele andere. Maar geloof me, ik kan u een lijst op tafel voorschotelen van vele legendarische topverervers, maar de nakweek van deze geweldenaar grenst aan het ongelofelijke. Alle hierna vermelde prestaties zijn tot stand gekomen mede door de inbreng van deze geweldenaar.

 

Heden ten dagen.

Als we een kijkje gaan nemen bij de duiven krijg ik duiven in handen zoals ik ze persoonlijk het liefste graag zie. Goed gevormd, een stel soepele spieren en ogen die boekdelen spreken. En dan voor mij persoonlijk ook nog het liefst een beetje peervormig. Alleen al in het kweekhok bemerk je dat hij, Hugo Batenburg met recht nog steeds de trotste eigenaar is van het mooiste en rijk bevolkste Witbuikenkweekhok wat er is. Maar liefst dertig stuks kleinkinderen en nog enkele kinderen van de legendarische “Witbuik” vertoeven hier op het hok. Je zou haast kunnen veronderstellen dat de maker, ontdekker of misschien zelfs wel meester Hugo is gelukt om na jaren nog steeds meer dan stand te kunnen houden.

 

Het jaar 2006 in beeld.

Eén van de redenen van mijn bezoek hier bij Hugo en Anita was onder andere het behalen van de titels van 1e Kampioen Onaangewezen Internationale Fond en 1e Kampioen N.P.O. telling Internationale Fond binnen hun afdeling met zijn vele gekende spelers. Nu weet ik dat Hugo, net als zijn schoonvader trouwens niet echt kijken naar behaalde titels qua kampioenschappen. Nee, de prestaties achter het behaalden zeggen hen daadwerkelijk meer. Nou, en kijkend naar de behaalde uitslagen van en over 2006 weet ik zeker dat velen onder ons er stil van worden.

 

Mooiste uitslagen van 2006.

Carcassonne 3.167 duiven 42, 236 en 419 3 van de 6.

Perpignan     4.719 duiven 25, 33, 84, 88, 175, 228, 307, 421, 472 enz. 16 van de 30

Narbonne     2.563 duiven 30, 39, 69, 108, 186, 289, 472, 507, 527, 534 enz. 11 van de 14

 

Ook enkele gigantische uit eerdere jaren om U van te zeggen.

Narbonne 2.992 duiven 13, 20, 77, 78, 79, 85, 90 enz.

Perpignan 6.299 duiven 25, 41, 46, 83 enz.

Perpignan 4.719 duiven 25, 33, 84, 88 enz.

Narbonne 2.563 duiven 30, 39, 69, 108 enz.

 

Met de laatste twee uitslagen ook van vorig jaar er ook bij zijn dit alleen al vier stuks superieure uitslagen in één jaar tijd en geven meer dan duidelijk de ware sterkte van dit hok aan. Want laten we eerlijk zijn, een kop duiven pakken is mooi, maar om op de zwaarste concoursen gereld te overheersen is meer dan subliem.

 

Attractie Hoeksche Waard.

Narbonne          2005 190 duiven 1, 2, 6, 7, 8, 9, 10 enz.

Perpignan         2005 357 duiven 4, 8, 9, 13, 15, 17, 18 enz.

Narbonne          2006 207 duiven 2, 3, 7, 12, 20 enz.

Perpignan         2006 330 duiven 4, 6, 13, 14 enz.

 

Wetende hoe sterk de concurrentie is leek dit me een uitgesloten mogelijkheid om aan te tonen van de sterkte van dit hok.  

 

Record aantal prijzen bij de eerste honderd in één jaar.

Hugo was bijzonder in zijn nopjes met het voor eigen conto behaalde record gezien tophonderd noteringen op jaarbasis. We hebben gezamenlijk hier dan ook een mooie opsomming van gemaakt tijdens mijn bezoek.

 

9e nat. Bordeaux, 12e nat. Bordeaux, 21e internat Bordeaux, 25e nat. Perpigan, 30e nat. Narbonne, 33e nat. Perpignan, 36e nat. Mont de Marsan, 39e nat. Narbonnen, 39e nat. Bergerac, 42e, nat. Carcassonne. Verders nog een, 53e, 59e, 65e, 69e, 74e, 75e, 80e, 81e, 81e, 85e en 87e . Dus alles bij elkaar stond hun naam 21 keer bij de eerste honderd genoteerd. Persoonlijk zou ik het aankomend jaar voor de helft doen denk ik zomaar.

 

Top honderd noteringen van de combinatie vanaf 1999.

2e Mont de Marsan, 3e Cahors, 4e St. Vincent, 9e Bordeaux, 10e Montauban, 11e St. Vincent, 12e Bordeaux, 13e St. Vincent, 13e Narbonne, 14e Bergerac, 15e St. Vincent. Verders zoal ; 18e, 20e, 20e, 21e, 25e, 25e, 27e, 30e, 31e, 32e, 33e, 36e, 36e, 37e, 39e, 39e, 41e, 42e, 44e, 46e, 46e enz. enz. Echt, in enkele jaren tijd een zeer indrukwekkend lijstje kan ik U vertellen. Maar dit zeker ook op andere hokken die geslaagd zijn mede met de inbreng van de Batenburg- duif. Om namen te noemen beperk ik mezelf tot enkel de Nationaal en of Internationaal overwinnaars waar Batenburg bloed in zit.

1e Internationaal Pau 7.867 duiven Piere Verove Frankrijk

1e Nationaal Mont de Marsan 7.245 duiven Ad Fortuin Strijen

1e Nationaal Bergerac 28.402 duiven J. van ’t Land Naarden

1e Nationaal Montauban 7.281 duiven G.J. van Kooten Krimpen a/d IJssel

1e Nationaal Bergerac 9.354 duiven Aad van Berkel Rotterdam

1e Nationaal Barcelona 7.875 duiven Vrosch-Meijers Heerlen (ook 1e Int. Nat.)

1e Nationaal Barcelona 1.933 duiven Robert Ben Calais Frankrijk

1e Internationaal Pau Duivinnen 1.544 duiven Delrue Pere & Fils Frankrijk

1e Internationaal Perpignan 20.859 duiven Menne en Dochters Hamminkeln Duitsland

1e Internationaal Barcelona Duivinnen Felix Roosendaal Piershil

1e Nationaal Bergerac 16.828 duiven C v.d. Linden Krimpen a/d IJssel

1e Nationaal Dax 12.797 duiven Felix Roosendaal Piershil

1e Nationaal Dax 3.662 duiven J.H. den Haan Strijen

1e Nationaal St. Vincent 6.385 duiven W. Schouten Strijen

1e Nationaal St. Vincent Sector 1 16.057 duiven Louis Boden Heerle

1e Nationaal en snelste gehele concours 32.149 duiven Jan Polder Middelharnis

 

Maar in de volgende Asduiven stroomt eveneens het rijke Batenburg bloed,

 

1e Internationale Asduif Pau 1998 – 2002 Jan Polder Middelharnis

1e Nationaal Asduif Grote Fond 2001 G.J. van Kooten Krimpen a/d IJssel

1e Nationaal Asduif Grote Fond 2003 Aad van Berkel Rotterdam.

 

 

Hugo aan het woord over de verzorging.
We spelen nu met goed 100 koppels oude duiven inclusief de jaarlingen. Voor het echte werk start worden de duiven in het voorseizoen afgericht op dubbel weduwschap. Dan worden ze gekoppeld voor een bepaalde neststand voor de fondvluchten. Deze neststanden zijn geheel per duif verschillend en variëren van een week broeden tot een jong van een week en alles wat hier tussen zit. Tussen het verdienen van de vroege prijzen zit geen eigenlijk geen verschil qua geslacht. Hugo geeft daarom dan ook aan dat in zijn ogen de kwaliteit en gezondheid van groter belang dan de neststand. Als de vluchten waar het om gaat eenmaal begonnen zijn, dan gaan de duiven tussen deze vluchten door niet meer mee. Wel worden ze geregeld dan nog eens zelf gelapt. De training aan huis gebeurt eenmaal per dag en, geeft hij aan, alles wordt dan buitengesloten. Dit alles gebeurt in de middag als hij thuis van zijn werk is zo na half vier. En trouwens geeft hij volmondig aan, 's morgens doe ik zelf niets aan de duiven ze zijn dan in handen gezien het voeren van Anita.

 

Nieuwsgierig dat ik ben.

Velen zullen net zo nieuwsgierig zijn als ik na de manier van verzorging en alles wat er omheen moet gebeuren. Ik, als buitenstaander in deze kan U vertellen dat er hier niets, maar dan ook niets aan het toeval overgelaten word. Nee, hier is het gewoon topsport, en om topsport op topniveau te beoefenen moet je offers brengen. Nou, Anita en zeker dan ook Hugo brengen die, en dan zeker in het seizoen. Maar het belangrijkste in deze vindt ik dat alles hier met veel vakmanschap gedaan word. Natuurlijk gebeurt hier ook het nodige op medisch gebied. Een geelkuurtje op de eerste broed, iets voor de ornithose en verders op aanwijzing en advies van de nodige gekende gespecialiseerde duivenartsen. Zo komt of heeft Hugo nogal eens contact met mannen als Jan van Wanrooy, Henk de Weerd of een Piet Blancke uit België. Deze laatste heeft hij zoals hijzelf aangeeft ontmoet tijdens een van de vele trips in China en is als het waren uitgegroeid tot een goede en ware vriend. Nee, hier lopen ze niet met potten, pillen en poeders te klote……. Nee, nogmaals, ook schoonvader Piet van de Merwe heeft het me al eens zeer nadrukkelijk verteld dat hij vroeger ook nog wel geloofde in die pillen en dergelijke. Natuurlijk, gezien het spel van vele gekende hokken denken andere misschien anders maar het blijkt telkens maar weer dat alles valt en staat door die goede duif en dan door aansturing, gezondheid en de nodige motivatie komt en gebeurd dat gene waar wij van dromen. Onder het genot van een kopje koffie hoor ik herhaaldelijk dat door alles zo simpel mogelijk te houden je ook minder fouten zal maken. De hokken zijn trouwens wat mij opviel zeer dun bevolkt en zijn stuk voor stuk voorzien van ruime rennen.

 

Het toverstafje van Piet van de Merwe.

Dit waren de verhalen die zich te ronde deden de dagen nadat Narbonnen vervlogen was in het jaar 2005. “Is Piet van de Merwe soms langs geweest met zijn toverstafje”. Ja mensen, dit werd verteld, u kunt het geloven of niet. Al lachend tijdens mijn bezoek halen we deze fabeltjes nog even op. Natuurlijk, ook een man als Piet van de Merwe weet het dan niet in deze. (al weten velen van het kaliber van van de Merwe wel gewoon meer dan de doorsnee liefhebber !!!) Recentelijk kreeg ik nog van een zeer groot kampioen op de laatste Z.L.U. happening een compliment aangaande mijn schrijfwerk. Wel gaf hij mij te verstaan om te proberen soms wat dieper in dingen in te gaan. Daarom dan ook dat ik Hugo het hemt van zijn broek vraagt aangaande of hij soms geheimen heeft in kweekmethodes zoals de ogentheorie van Josef Hofman of het kweken zoals omschreven in de mooie boeken van Victor Vansalen. Met een brede smijl om zijn kaken herhaald hij de eerdere woorden van eerder deze avond en lijkt het net of ik een Antoon van de Wegen jaren geleden hoort praten, “hou alles zo simpel mogelijk dan zal je ook minder fouten maken en het komt dagelijks terug”.Laat een ieder het doen als schoonvader Piet. Zet goed tegen goed en de kans op goede is natuurlijk aanwezig”. Ook dit klinkt weer heel gemakkelijk al weten we met zijn allen, goed spelend of niet, “De goede komen uit de goeden”.

 

Hugo, verklaar jij of verduidelijk jij je kweekmethodes eens dan.

Hij staat op en ritselt enkele vooraf uitgedraaide stambomen op tafel en begint vol overgave te vertellen wat hij een mooi iets in “zijn” duivenbelevenis qua kweken vind. Bij de eerste jongen die hier op de nieuwe locatie werden geboren zaten direct enkele zeer bruikbare toppers. Zeker als we nu na de nodige jaren gaan kijken zaten er ook buiten de vliegwaarde enkele zeer goede verervers bij. De twee beste vanaf het begin ga ik hieronder dan ook wat uitgebreider belichten. Om nog heel kort in het verleden te spitten weten velen van ons nog wel het misgelopen Nationale Kampioenschap van deze combinatie. Nee, ik ga zeker geen ouwe koeien uit de sloot halen, wel wil ik gezien het eventueel kunnen winnen van deze titel U als lezer aangeven dat de twee duiven die ik nu als huidige topverervers naar het voetlicht haalt juist ook de twee duiven zijn die als het ware die titel voor Hugo en Anita behaald had kunnen hebben.

 

“Miss Bergerac” & “St. Vincent-doffer”.

Hugo aan het woord latend bekijk ik tussen neus en lippen door de prestaties van deze twee. Om bij het vrouwelijke geslacht te beginnen ontdekte ik de prijzen zoals; 13e nat. St. Vincent 7.999 d. 2000, 14e nat. Bergerac 11.953 d. 2000, 15e nat. St. Vincent 8.556 d. 1999 en een 27e nat. Bergerac 14.284 d. in 1999. Deze prijzen in twee jaar bij elkaar gevlogen te hebben had ze zeker een Nederland ruimschoots kunnen vertegenwoordigen op de Olympiade te Oostende. Ze werd tevens al moeder van zoal “Dochter Miss Bergerac” met een 25e nat. Perpignan en een 81e nat. Barcelona. De andere aan gehaalde, “St. Vincent-doffer” behaalde zoal; 11e nat. St. Vincent 8.556 d. en werd later vader van 12e nat. Bordeaux 7.409 d., 36e nat. Mont de Marsan, 61e nat. St. Vincent, 68e nat. St. Vincent, 75e nat. St. Vincent, 86e nat. Mont de Marsan. Als de stambomen dan zich naast elkaar voor me op tafel bevinden krijg ik tekst en uitleg van Hugo. Zo is “Miss Bergerac” een kleindochter van “De 500” en de “St. Vincent Doffer” een zoon uit “De 500” van Piet van de Merwe. Ik weet gewoon persoonlijk uit ervaring dat de nakweek van de beroemde “500” van Piet van de Merwe gewoon alles aankunnen. Ook Hugo is er gewoon van overtuigd dat het allerbelangrijkste gewoon is, die goede duif. Maar de nakweek van de “500” kan alles gewoon aan is hier gebleken. U zal begrijpen dat de andere kant van beide ouders van deze toppers natuurlijk de nakweek betreft van de gekende “Witbuik”. Maar nogmaals attendeert Hugo mij erop dat je alleen maar met de nakomelingen van de goede een kans van slagen heb. En zo is het toch ?

 

Conclusie.

Volgens deze kampioen slaag je het beste met kruisingen van twee goed ingeteelde en bewezen stammen. Hij attendeert mij en zowel u erop dat je natuurlijk nooit de ingeteelde eigen basis uit het ook mag en kan verliezen. Daarom is dat ook de reden dat men hier beschikt over een redelijk, tot vrij grote (30 koppels) kweekduiven beschikt. Hugo verteld, de eerste ronde is altijd met duiven in kruising die zijn aangekocht terwijl de jongen die daarna gekweekt worden puur de oude basis onderling is. Zo geeft hij aan dat hij met nog drie uiterst zeldzame nakomelingen van de “Witbuik” jaarlijks diverse jongen kweekt uit koppelingen van, een jong van de één tegen een rechtstreekse en een jong uit de ander tegen een andere rechtstreekse. Inteelt puur voor de kweek van en naar de oude basis.

 

Wat haal jij dan als kruisingsmateriaal.

Of er worden aankopen gedaan, maar een gerichte samenkweek slaat Hugo ook niet af. Zo is er de laatste jaren geregeld samenkweek gedaan met een man als Emiel Denys uit het Blegische Tielt. En om dan eveneens een aankoop aan te geven van de combinatie is dat er eveneens bij Denys drie kinderen uit zijn “Montjuich” (Montjuich is de naam van de berg waarop de Barcelona duiven gelost worden) zijn aangeschaft. Deze “Montjuich” B 98 – 6122084 behaalde zoal de 1e nationaal Barcelona 2001 tegen 13.161 duiven. Anita hoor ik plots zeggen dat er trouwens met de Denys familie een ware vriendschap is ontstaan. En persoonlijk (J.H) weet ik, het is een man met het hart op de juiste plaats.

 

Dank en waardering.

Terwijl Anita, maar zeer zeker ook Hugo zelf de vriendschap met de Denys familie aanhaalde vallen er ongemerkt tijdens het gesprek nog enkele namen. Als eerste haal ik steun en toeverlaat Hans Lookers uit Hoeven aan. Wie hem kent weet dat hij de rust zelf is en altijd en eeuwig op de achtergrond zal fungeren. Mijn inziens moet deze Lookers over een stel “gouden” handen beschikken, want eerlijk is eerlijk, de hokken die hier in en om de tuin zich begeven zijn het werk van deze Hans. Maar wie ook zeker aangehaald moeten worden blijkt uit de gesprekken zijn de gebroeders Wim en Johan Molendijk. Of het nu het verzorgen van de duiven tijdens afwezigheid is of het schoonmaken onder de in de rennen gelegen roosters of het zomaar even druppelen van de duiven. Altijd en eeuwig staan de gebroeders Hugo en Anita terzijde.  

 

Hugo en Anita, het was mij, als man voor De Fondkrant weer een waar genoegen om weer eens bij jullie langs te kunnen komen. Al weet ik dat als ik zomaar aankom de deur ook open zal staan. Maar deze dag was ik op bezoek bij één van de beste fondliefhebbers van Nederland en bouwer van een duivenras dat zowel in Nederland als over heel de wereld gekend en gewild is.Velen, (en dat zijn er veel hoor) die deze gedenkwaardige weg al voor mij wisten te vinden naar de Boomdijk weten dat je hier altijd met een lach en zeer veel gastvrijheid word ontvangen. Daarom wil ook ik, aan het einde van dit verslag jullie bedanken voor de genoten gastvrijheid en wie weet, tot kijk !!!

 

Johan Hamstra.